

Als een man van in de zeventig mij belt, denken mensen al snel: die is op zoek naar seks. En hij durft het zelf bijna niet te vragen — bang voor precies dat oordeel. Alsof verlangen naar nabijheid iets is dat op een bepaalde leeftijd hoort te stoppen. Terwijl het precies andersom hoort te zijn.
Aan de telefoon een man van 74. Zijn vrouw is twee jaar geleden overleden. Hij praat over het weer, over zijn kleinkinderen, over van alles behalve waarvoor hij eigenlijk belt. Dan, na een stilte, zegt hij het toch: "Ik wil gewoon nog één keer naast iemand in slaap vallen. Meer hoeft het van mij niet." Hij verontschuldigt zich er bijna voor. Alsof hij iets verkeerds vraagt.
En bijna iedereen zegt het er fluisterend bij. Want we hebben met elkaar afgesproken dat intimiteit over seks gaat. En dat je daar op een bepaalde leeftijd te oud voor bent. Maar dat klopt niet. De behoefte aan een arm om je heen, aan iemand die naast je zit, aan even niet alleen zijn — die verdwijnt nooit. Hij wordt alleen steeds minder vaak vervuld.
Zo simpel is het. Mensen die hun hele leven voor anderen klaarstonden — voor hun werk, hun gezin, hun partner — komen op een dag thuis en merken dat niemand hen meer aanraakt. Geen knuffel, geen hand op de schouder, niets. Ze zijn niet vergeten omdat ze niets meer te bieden hebben. Ze zijn vergeten omdat niemand er nog bij stilstaat dat ook zij nabijheid nodig hebben. En dat vind ik niet kunnen.
Daarom zijn er bij ons veel vormen van nabijheid waar seks geen rol in hoeft te spelen:
Alles bespreek je vooraf. Jij bepaalt wat er wel en niet gebeurt — en seks hoeft daar geen onderdeel van te zijn.