

Mensen die zich eenzaam voelen, vertellen het bijna nooit aan iemand. En als ze het al doen, dan met een grapje of een excuus erbij. Alsof eenzaamheid iets is om je voor te schamen. Terwijl het precies andersom hoort te zijn.
Aan de telefoon een man van 58. Net gescheiden, drukke baan, vrienden genoeg — zegt hij. Hij wil een dinnerdate boeken. "Gewoon voor de gezelligheid," voegt hij snel toe. "Niet dat ik eenzaam ben, hoor." Dan vraag ik hem wanneer hij voor het laatst met iemand aan tafel zat die echt naar hem luisterde. Het blijft stil aan de andere kant. "Tja," zegt hij dan. "Daar moet ik even over nadenken."
En het zegt veel over hoe wij in Nederland met eenzaamheid omgaan. Volgens het CBS voelt ongeveer vier op de tien Nederlanders zich weleens eenzaam. Eén op de tien zelfs sterk. Dat zijn niet alleen ouderen die alleen wonen. Het zijn net zo goed mensen met een volle agenda, een gezin en collega's om zich heen. Want eenzaamheid gaat niet over hóéveel mensen je ziet. Het gaat over of iemand jóu echt ziet.
Zo simpel is het. Je kunt elke dag bezoek krijgen van de buren, je kinderen of de thuiszorg, en je tóch alleen voelen. Een praatje is namelijk iets anders dan echt contact. En aanraking — gewoon een arm om je heen, even tegen iemand aan zitten — is voor veel mensen bijna nergens meer vanzelfsprekend. Juist dat missen ze het meest. Alleen durft bijna niemand dat hardop te zeggen.
Stel jezelf daarom deze vier vragen, eerlijk: